'Gelijkwaardige partnerschappen ontstaan niet in beleid, maar in de praktijk'

Knorringa

Het recente ingrijpen van de Verenigde Staten in Venezuela laat zien hoe grillig internationale machtsverhoudingen zijn geworden. Tegelijkertijd wordt zichtbaar hoe beperkt de Europese speelruimte is zolang Europa vooral reageert in plaats van richting te kiezen. 

In die context schiet beleid als instrument tekort. Volgens Peter Knorringa, hoogleraar aan het Institute for Social Studies (ISS), ligt een belangrijk deel van het antwoord juist buiten de diplomatieke arena: bij het bedrijfsleven en in de lokale context.

“We hebben verschillende belangrijke inzichten in handen die ons kunnen helpen om als Europa een nieuwe richting te kiezen,” zegt Peter Knorringa, die naast zijn hoogleraarschap aan het ISS wetenschappelijk directeur is  van het Leiden-Delft-Erasmus International Centre for Frugal Innovation. Het recente AIV-rapport Nederland, Europa en het mondiale Zuiden in een veranderende wereldorde noemt hij een grondige en waardevolle analyse. 

   Veranderingen worden in de praktijk juist gedragen door de maatschappij — en daarin speelt het bedrijfsleven een veel grotere rol dan vaak wordt aangenomen.'

Tegelijkertijd plaatst hij er een kanttekening bij. “Het blijft naar mijn smaak te veel hangen in de wereld van diplomatie en beleid. Overheden denken vaak dat zij met beleid de richting bepalen, terwijl veranderingen in de praktijk juist worden gedragen door de maatschappij — en daarin speelt het bedrijfsleven een veel grotere rol dan vaak wordt aangenomen.”

Afb: European Commission

Kruisbestuiving met het Draghi-rapport

Knorringa pleit daarom voor een kruisbestuiving tussen de inzichten uit het AIV-rapport en die uit het Draghi-rapport over de strategische koers van de Europese economie. “Als je de samenwerking met het mondiale Zuiden opnieuw wilt vormgeven, moet je bruggen slaan tussen beleid, diplomatie, economie en sociale rechtvaardigheid,” zegt hij. 

Dat vraagt om een herijking van Europa’s eigen positie. “Europa zal een manier moeten vinden om als machtsblok op te treden vanuit de eigen kracht: de Green Deal, een economie waarin de mens en diens economische en sociale welvaart centraal staan. Met die invalshoek kunnen we partnerschappen met landen in het Mondiale Zuiden opnieuw en gelijkwaardiger vormgeven.”

Aan de slag als Team Europe

Een belangrijke stap is volgens Knorringa dat Europa daadwerkelijk als Team Europe gaat opereren — en fundamenteel anders gaat nadenken over wat lange tijd ‘ontwikkelingssamenwerking’ heette. “Het aangaan van nieuwe, gelijkwaardige partnerschappen vraagt om een houding waarin je niet vooraf de agenda vastlegt, maar samen tot een aanpak komt,” zegt hij. 

   We worden vaak gezien als een oude koloniale macht die van bovenaf stuurt.'

Die omslag is echter niet eenvoudig. De historische rol van Europa als koloniale macht werkt nog altijd door. “We worden vaak gezien als een oude koloniale macht die van bovenaf stuurt. Dat maakt dat landen soms sneller kiezen voor samenwerking met China of Rusland.”

Afb: Christian Reinke - Pexels

Experimenteren met samenwerkingsvormen

In het International Centre for Frugal Innovation werken Knorringa en collega’s samen met lokale bedrijven en kennisinstellingen aan praktische, context-specifieke en betaalbare oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken. In die aanpak ziet hij vooral een andere manier van kijken naar internationale samenwerking. “In dit soort lokale initiatieven, vaak nauw verbonden met bedrijvigheid, zit veel meer wendbaarheid dan in het wetenschappelijke discours,” zegt hij. 

“De westerse wetenschap is sterk verankerd in protocollen en in een specifiek idee van wat kennis is. Dat beperkt de ruimte om vraagstukken echt gelijkwaardig te benaderen.” In die zin loopt beleid volgens Knorringa vaak achter op ontwikkelingen in de praktijk, waar bedrijven en maatschappelijke initiatieven al nieuwe normen en samenwerkingsvormen uitproberen.

Tussen vernieuwen en verstarren

Hoewel hij ziet dat er verandering in komt, wijst Knorringa ook op de weerbarstigheid van het politieke en wetenschappelijke systeem. Naast vernieuwende praktijken bestaat een parallelle werkelijkheid waarin beleid en regels dominant blijven. 

   We lopen we het risico achter de feiten aan te lopen — terwijl juist vernieuwing nodig is.'

“In Europa hebben we veel vastgelegd in protocollen en wetgeving, vaak met de bedoeling ons te beschermen tegen ongewenste invloeden,” zegt hij. “Maar in dynamische tijden, zoals die van de digitale revolutie, maakt dat ons ook minder wendbaar. Dan lopen we het risico achter de feiten aan te lopen — terwijl juist vernieuwing nodig is.”

Sleutelrol voor kennisinstellingen

Als het gaat om vernieuwende, gelijkwaardige partnerschappen heeft Europa volgens Knorringa veel te bieden. De Europese focus op mens en welvaart vormt daarbij een belangrijke kracht. “Maar dan moeten we technologische benaderingen, zoals die uit het Draghi-rapport en het recente Wennink-rapport, nadrukkelijk verbinden met sociale perspectieven,” zegt hij. “Doe je dat niet, dan creëer je in een weliswaar duurzamer systeem opnieuw structurele ongelijkheden.”

Kennisinstellingen kunnen daarin een sleutelrol spelen. “Bij frugal innovations beginnen we altijd met het gesprek met lokale partners. Diezelfde benadering is ook heel bruikbaar voor het verkennen van gelijkwaardige internationale partnerschappen: goed luisteren naar wat er lokaal speelt, je eigen sectorexpertise — bijvoorbeeld op het gebied van water of landbouw — inzetten en leren van de oplossingen die partners zelf aandragen. 

Binnen LDE, de samenwerking tussen de universiteiten van Leiden, Delft en Erasmus, kunnen we daarbij iets bijzonders doen: complementaire kennis samenbrengen en die als één samenhangend aanbod inzetten richting onze internationale partners.”

Minilateralisme en de rol van de private sector

Het minilateralisme waar in het AIV-rapport op wordt aangestuurd — samenwerking met meerdere landen binnen een regio — ziet Knorringa als een waardevolle richting. “Vruchtbare partnerschappen ontstaan vooral in landen waar structurele uitdagingen samengaan met een ondernemende, dynamische private sector,” zegt hij. “Daar heb je niet alleen gedeelde vraagstukken, maar ook voldoende stabiliteit om er samen aan te werken, voor nodig.” 

Landen als Kenia, Ghana, Nigeria, India, Vietnam en Colombia lenen zich volgens hem goed voor zo’n aanpak. “Dat vraagt om een verdere heroriëntatie van ons buitenlandbeleid, waarin we bewuster kiezen met welke landen we samenwerken én welke sectorexpertise Nederland daarbij wil inzetten.”

Afb: Drone Africa - Pexels

Uitgenodigd worden

Volgens Knorringa vraagt dit dezelfde open houding die hij ziet bij veel jonge, bevlogen sociale ondernemers: onbevooroordeeld instappen in lokale ontwikkelingsprocessen en samen zoeken naar oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken. Dat kan echter alleen als je ook wordt uitgenodigd om mee te doen.

   Veel beursprogramma’s zijn verdwenen. Ook daarvoor zullen we, in Europees verband, nieuwe vormen moeten ontwikkelen.”

 “Vroeger speelden alumni uit het Mondiale Zuiden, die met een beurs in Nederland hadden gestudeerd, daarin een belangrijke rol,” zegt hij. “Veel van die beursprogramma’s zijn verdwenen. Ook daarvoor zullen we, in Europees verband, nieuwe vormen moeten ontwikkelen.”

De sleutel tot nieuwe, gelijkwaardige partnerschappen ligt volgens Knorringa in het zichtbaar maken van wederzijdse voordelen én in de bereidheid om echt te luisteren naar wat ‘gelijkwaardigheid’ voor de ander betekent. “Vooor een overleg met partners uit India, Kenia en Colombia over een vernieuwde samenwerking vroeg iemand: waar is de agenda? Maar die is er niet — die bepalen we ter plekke, samen.”

Meer informatie vindt u op:
Leiden-Delft-Erasmus International Centre for Frugal Innovation
AIV-rapport 'Nederland, Europa en het mondiale Zuiden in een veranderende we…