Als ouderen binnen de zorg tradities en rituelen uit hun cultuur kunnen uiten en overdragen op de jongere generaties, brengt dat veel. Dat ziet Thérese Nleng van het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten. Onderzoeker Lara Fizaine: ‘In het koloniale verleden werden rituelen en tradities niet geduld.’ Door Nynke van Spiegel
Wat betekent voor jullie cultuurspecifieke zorg?
Thérese Nleng: ‘Heel eenvoudig gezegd: als iemand met een andere culturele achtergrond bij de dokter komt en zegt: “Ik heb pijn in mijn been”, dan kan het specifiek gaan over pijn in zijn kleine teen. Dat vergt doorvragen van een zorgverlener, en als dat niet gebeurt, ontstaan er misverstanden. Dat gaat om cultuurspecifieke taal en -context en daarvoor zou veel meer aandacht moeten zijn.’

Lara Fizaine: ‘Ik noem het liever groep-specifieke zorg. Ik heb in mijn onderzoek veel gekeken naar het woord cultuur en hoe het soms problematisch kan zijn om het te gebruiken. Als je het over cultuur hebt, gaat het bijvoorbeeld over eetgewoonten of spirituele behoeften.
‘Bij patiënten met een migratieachtergrond gaat het om meer dan een zorgvraag vanuit hun culturele achtergrond. Het gaat om toegang tot de zorg, over systemen en structuren waarbinnen ze hun weg niet kunnen vinden, omdat ze bijvoorbeeld de taal niet spreken of niet weten waar ze hulp moeten vragen. Of, andersom, het systeem kan zich niet aanpassen zodat het toegankelijk is voor deze groepen.’
Is er hierbij verschil tussen de oude en jonge generaties?
Nleng: ‘De oudere generatie noem ik altijd de stille dragers. In de meeste culturen of gemeenschappen zie je terugkomen dat ouderen het lastig vinden om aan te geven dat ze last hebben van bepaalde symptomen. Ze willen de generaties onder hen niet tot last zijn. In tegenstelling tot de jongere generatie, de internetgeneratie, die al
heeft opgezocht wat er aan de hand is voordat ze naar de huisarts stappen.
‘De generatie daar tussen – van 35 tot 55 jaar – noemen wij de bruggeneratie. Zij spelen een heel andere rol. Aan de ene kant kennen zij de rituelen en tradities die die eerste generatie bij zich draagt, maar ze vinden het lastig om zich daartoe te verhouden, omdat ze zijn verwesterd. Dat speelt ook een rol bij hun mantelzorg. Ze dragen de zorg voor zowel hun ouders als hun kinderen en vormen vaak vanuit die rollen de brug naar het Nederlandse zorgsysteem.’
De oudere generatie noem ik altijd de stille dragers’
Welke rol zou je daarin kunnen spelen als zorgorganisatie?
Nleng: ‘Er is minimale ruimte voor de tradities en rituelen uit verschillende culturen in het reguliere zorgsysteem. Een enkele keer zijn er geestelijk verzorgers die daarin een rol kunnen spelen. Dat maakt het zwaar voor de bruggeneratie. Ze moeten continu de wensen van het reguliere zorgsysteem verbinden met de wensen en gevoelens van hun ouders. Er zou meer ruimte moeten komen voor die behoeften.’
Fizaine: ‘Inderdaad. Er wordt heel veel verwacht van de mensen die zich wel kunnen aanpassen, zoals wat jij de bruggeneratie noemt, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de oudere Surinaamse migranten, die jong Nederlands hebben geleerd en meer bekend zijn met wat we Nederlandse cultuur zouden noemen. Organisaties denken al snel dat ze voor deze groep niets hoeven te doen. Terwijl deze groep soms ook behoefte heeft aan bijvoorbeeld een ander type eten, een andere taal, andere muziek.’
In de zorg moet ruimte komen voor mensen die de taal niet kennen’
Hoe zorg je dat in de behoeften van die verschillende groepen en generaties wordt voorzien?
Nleng: ‘De oplossing zit ook deels bij de gemeenschap zelf. Wij proberen vooral ruimte te bieden aan de eerste generatie om tradities en rituelen over te dragen in bijeenkomsten waar verschillende generaties samenkomen. Dat noemen we “Wijsheid zonder drempels”. Als die generatie die wijsheid niet overdraagt, merk je dat de bruggeneratie in een soort identiteitscrisis terechtkomt. Het is moeilijk voor hen om zich te verhouden tot wat ze vanuit voorvaderlijke lijnen is doorgegeven, terwijl ze midden in een maatschappij staan waar andere kaders gelden.
‘Bij de generatie daaronder, de jongeren, zie je een rusteloosheid die zich soms uit in agressief gedrag. We merken daarom dat grootouders en kleinkinderen een andere band met elkaar krijgen, waarin wijsheden en tradities bewuster worden overgedragen. Dus schroom als instelling niet om ruimte te bieden aan de wijsheden, rituelen en tradities die onlosmakelijk deel uitmaken van de identiteit van patiënten en hun familie.’
Maar je moet eerst weten welke behoeften er zijn. Hoe kom je daar achter?
Fizaine: ‘Ik deed veldwerk bij een dagbesteding voor ouderen met voornamelijk een Ghanese achtergrond, maar waar iedereen welkom is. Akwaaba Zorg in Amsterdam. Iedere dag, voordat de dagbesteding begint, is er een gratis inloopspreekuur om hulp te krijgen, vooral met administratie rondom het aanvragen van de dagbesteding. Dat is een mooi voorbeeld hoe je in een behoefte kunt voorzien die bestaat bij verschillende groepen met een migratieachtergrond, maar bijvoorbeeld ook Nederlandse ouderen. Als je de taal niet goed spreekt, of je bent niet digitaal vaardig, is het namelijk veel werk om alleen al een Wmo-subsidie aan te vragen.’
Iedere dag is er een gratis inloopspreekuur om hulp te krijgen’
Waar kun je nog meer naar oplossingen kijken?
Fizaine: ‘We moeten in de zorg veel meer kijken naar de bron van het probleem, zoals de taal niet spreken, geen hulp willen of kunnen vragen, toegang tot zorg. En voor die specifieke groepen naar oplossingen kijken. Ik zou er zelfs voor willen pleiten dat de persoon die de taal niet kent niet als probleem wordt gezien. In de zorg moet ruimte komen voor mensen die de taal niet kennen. Dat is toch een andere benadering van het probleem.’
Nleng: ‘Wij doen veel onderzoek naar hoe we die hulpvragen kunnen ophalen vanuit bepaalde sleutelpersonen. Wij pleiten voor het onderscheiden van interculturele bruggenbouwers, mensen die de beleidsmatige kant van het zorgsysteem snappen, maar ook begrijpen wat de zorgbehoeften vanuit de migrantengemeenschappen zijn. Wij werken ook met wijsheidsgidsen, mensen die een mentorrol op zich nemen. Zij staan midden in de gemeenschap en weten precies wie welke symptomen heeft en wie niet naar de huisarts wil. Wanneer je als zorgverlener weet welke sleutelpersoon je nodig hebt, en in het zorgsysteem ruimte durft te maken voor deze rollen en hen op een gelijkwaardig niveau behandelt, denk ik dat je in verschillende behoeften kunt voorzien.’’
Wij werken ook met wijsheidsgidsen als mentoren, zij staan midden in de gemeenschap’
Hoe kan er meer draagvlak komen voor cultuursensitieve zorg?
Fizaine: ‘We zouden meer aandacht moeten besteden aan de bron van verschil: hoe is de ongelijkheid ooit ontstaan? Daarvoor moeten we terug naar het koloniale verleden.’
Nleng: ‘Dat denk ik ook. Ook van bijvoorbeeld zaken als spirituele wijsheid zit de oorsprong in het koloniale verleden. Destijds werden de rituelen en tradities niet geduld. Hierdoor hebben generaties voor ons hun spirituele wijsheid verborgen, waardoor de verbinding hiermee op afstand is geraakt . Ik heb het nu specifiek over de nazaten van de tot slaafgemaakten. Ook van belang is aandacht voor discriminatie en vooroordelen die zijn gericht tegen Aziatische Nederlanders en Nederlandse moslims. We moeten het verleden verbinden aan het heden en de toekomst.’
Lara Fizaine studeerde Social Policy and Public Health en doet promotieonderzoek bij Leyden Academy naar diversiteitsbeleid en -praktijken in de ouderenzorg. Ze is ook gastonderzoeker aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Thérese Nleng is landelijk coördinator bij Netwerk NOOM (Netwerk voor Organisaties van Oudere Migranten). Het netwerk werkt aan verbetering van de (inkomens)positie en het welzijn van de snelgroeiende en zeer diverse groep migrantenouderen in Nederland.

Dit artikel komt uit de nieuwe Leiden-Delft-Erasmus white paper 'Dilemma's van Diversiteit'. De paper is te downloaden via deze link. Wilt u een papieren exemplaar ontvangen? Stuur een e-mail aan Katja Hoiting via k.hoiting@tudelft.nl