Bewoners doen graag mee als ze zelf iets aan de data hebben

In living labs experimenteren gemeenten, bedrijven en onderzoekers in de openbare ruimte met slimme technologie en burgerparticipatie. Dat kan tot verbeteringen en toenadering tot inwoners leiden. Als het maar inzichtelijk en niet te complex is, zeggen Thijs Turèl en Sabrina Huizenga. Door Jeroen van Raalte

Badgasten als proefkonijn

Thijs turelAfvalbakken die zelf registreren dat ze vol zitten, camera’s die badgasten tellen: het is een greep uit de technologieën waarmee in Scheveningen wordt geëxperimenteerd. Een deel van de boulevard van de badplaats is sinds enkele jaren ingericht als proeftuin voor ‘slimme’ innovaties. Hier testen de Haagse gemeente, onderzoekers en het bedrijfsleven sensoren en datagedreven technologie die de drukke badplaats leefbaarder beloven te maken.

Het Scheveningse project is een living lab, sinds enkele jaren een populair concept in gemeenteland. Living labs bestaan doorgaans uit een afgebakend gebied waar slimme technologieën proefondervindelijk worden toegepast. ‘Het is geen laboratorium met gecontroleerde condities, maar te midden van het publiek’, legt Thijs Turèl uit. Hij is programmamanager bij het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions. ‘Soms is het alleen bedoeld om een bepaalde technologie te testen. Andere experimenten richten zich juist op de interactie met bewoners en voorbijgangers.’

   In de huidige smart city-toepassingen staan inwonersbelangen niet altijd voorop.’ 

Met data, sensoren en algoritmen kunnen steden hun openbare ruimte beter managen. Turèl onderzoekt hoe zulke technologieën zo kunnen worden ontworpen en gebruikt dat inwonersbelangen zoals privacy, zeggenschap en begrijpelijkheid vooropstaan. ‘In de huidige generatie smart city-toepassingen schort het daar nog weleens aan.’

Sabrina HuizengaPas op voor datastofzuigers

Bij living labs is het uitdrukkelijk de bedoeling dat burgers bewust meedoen, zegt stadssocioloog Sabrina Huizenga. ‘Vroeger werden nieuwe technologieën meestal top-down bedacht en geïmplementeerd. Hier is het idee dat er meer invloed van onderaf is. In die zin is het een nieuwe manier van werken.’

In Eindhoven ging men behoorlijk ver. Zes jaar geleden hing de gemeente in uitgaansgebied Stratumseind geluidscamera’s op die met kunstmatige intelligentie agressie op straat signaleren. In het living lab werd vervolgens geëxperimenteerd met geur en de kleur van straatverlichting om de gemoederen te bedaren. ‘Sommigen vinden zulke onbewuste beïnvloeding – nudging – moreel problematisch. Ik denk dat je dit als overheid best kunt overwegen als het een publiek belang dient en als het alternatief een zwaardere intrusie in het leven van mensen zou inhouden.’

   Ik vind het idee van zo’n rondrijdende datastofzuiger ongemakkelijk.’

De verleiding is groot om technologische mogelijkheden ten volle te benutten. Turèl: ‘Neem scanauto’s. Er zijn enorm veel toepassingen denkbaar die het beheer van de openbare ruimte efficiënter maken. Toch vind ik het idee van zo’n rondrijdende datastofzuiger ongemakkelijk, omdat het voor burgers onduidelijk is wat die allemaal registreert.’

Stickers met uitleg graag, en vage pixels

cameraOnduidelijkheid over het wat en voor wie, dat geldt voor meer technologie in de publieke ruimte. Turèl werkt daarom aan een richtlijn voor stickers op sensoren. ‘Die vermelden wat de technologie wel en niet registreert, wie de eigenaar is van de apparatuur en waar mensen hun beklag kunnen doen. Zo creëer je tegenmacht.’ Ook experimenteert zijn instituut met telcamera’s bij de Johan Cruijff Arena en op het Marineterrein, een living lab in Amsterdam. ‘Als die camera’s niet filmen, en dat is best vaak, schuift er een klepje voor de lens. Zo maak je duidelijk wanneer er wordt gemeten. Burgers kunnen dat vervolgens bevragen.’

Meerdere living labs experimenteren met dataminimalisatie. Turèl: ‘Wij ontwerpen sensoren zo dat ze alleen de benodigde informatie verzamelen, geen bijvangst. Voor het registreren van drukte op straat kun je bijvoorbeeld een camera met een lage resolutie gebruiken. Voorbijgangers zijn dan vage pixels. Zo weet je zeker dat hun identiteit nooit kan worden gereproduceerd. Dat is beter dan persoonsgegevens achteraf eruit te filteren.’

Mooi die slimme laadpaal, maar te complex om uit te leggen

Het stroomverbruik in de wijk kan slimmer, dacht netbeheerder Liander. Want als alle elektrische auto’s tegelijk opladen, trekt de zekering het niet. Turèl: ‘In een proeftuin in Lochem gingen we aan de slag met slim laden. Wiskundigen kunnen dit geweldig optimaliseren, waarbij ze zelfs de voorspelling van de stroomprijs meenemen.’ Hij vervolgt: ‘Maar als je het te complex maakt, snappen mensen het niet meer. Wij wilden een laadpaal ontwikkelen die bewoners de systeemkeuzes uitlegt, dus waarom de ene auto eerder is opgeladen dan de ander. Maar wat de technici als een simpel algoritme zagen, bleek al heel moeilijk uit te leggen.’

Niet alleen de complexiteit van slimme toepassingen kan deelnemers van een living lab vervreemden. Ook zaken als taalgebruik en presentatie spelen een rol, ziet Huizenga. ‘Ik was eens bij een bewonersavond van een urban lab. De initiatiefnemers hadden mooie glossy folders over de wijk gemaakt. Daardoor kregen de bewoners de indruk dat alles al besloten was en haakten boos af.’

telraam
Foto: Samen Meten Utrecht, in samenwerking met deelnemers van Telraam (www.samenmetenutrecht.nl)

Niet top-down of bottom-up, maar middle-up-down

Het lijkt zo sympathiek: geef burgers een doos sensoren, batterijen en draadjes en laat ze zélf smart city-toepassingen verzinnen. Maar de praktijk is weerbarstig, merkt Turèl. ‘In de Amsterdamse Waterlandpleinbuurtheeft een collega onlangs zestig bewoners geïnterviewd en meerdere designsessies gehouden. Het bleek moeilijk voor mensen iets te verzinnen wat er nog niet is, maar waar ze wel behoefte aan hebben.’

Bij het project Telraam, ook in Amsterdam-Noord, lijkt dit wél te lukken. Bewoners kunnen een verkeersteller achter hun raam hangen die het aantal voetgangers, fietsers, auto’s en vrachtwagens registreert. De technologie is weliswaar uitgekozen, maar een omlijst doel ontbreekt. ‘Bewoners mogen zelf bedenken waarvoor ze de data willen gebruiken. Zo vertelde een vrouw dat zij zich ergert aan de vele vrachtauto’s in haar smalle straat. Met zo’n teller kan ze haar klacht onderbouwen. Dat hadden de ambtenaren vooraf niet bedacht.’

   Een initiatief ontstaat vaak bij een betrokken burger met een specialistische achtergrond.’

Het hoeft niet óf top-down óf bottom-up te zijn, zegt Huizenga. In de praktijk ziet ze een andere dynamiek. ‘Iemand in het veld beschreef het als middle-up-down. Een initiatief ontstaat vaak bij een betrokken burger met een specialistische achtergrond. Die weet zijn wegen te vinden binnen de gemeente. Vervolgens betrekt diegene andere wijkbewoners erbij.’ Het initiatief komt dus van de usual suspects van de burgerparticipatie. En daar is weinig op tegen, vindt Turèl. ‘Zo werkt het.’

Sabrina Huizenga onderzoekt nieuwe staat-burgerrelaties aan de Universiteit Leiden, binnen het project Crafting Resilient Societies van de Nationale Wetenschapsagenda. Eerder onderzocht ze onder andere urban labs ten behoeve van gezondheid.

Thijs Turèl is programmamanager bij het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions, waar hij met het Responsible Sensing Lab onderzoekt hoe steden slimme technologie verantwoord kunnen inzetten in de openbare ruimte.


cover white paperWhite paper over Smart Cities

Dit artikel is een publicatie uit de white paper 'Dit is de echt slimme stad, met levendig debat over democratie, data en technologie in de smart city'. Deze uitgave van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for BOLD Cities bevat 9 gesprekken over de opkomst van de slimme stad. Download de white paper via onderstaande link.

Bijlagen
White paper 'Dit is de echte slimme stad' (4.83 MB)