Het project Rooted in Soil kreeg steun van het LDE Climate & Biodiversity Seed Fund en het Resilient Delta initiative. In gesprek vertellen onderzoekers Laura Thomas (TU Delft) en Catherine Vroon (Erasmus Universiteit Rotterdam) hoe de relatie tussen mensen en bodem vorm krijgt in collectieve voedseltuinen. Niet alleen via bodemmetingen of ontwerpprincipes, maar ook via vrijwilligerswerk, compost, water, planten, sociale ontmoetingen en het dagelijks werken met de handen in de aarde.
Een andere vorm van bodemkennis
In steden wordt de bodem vaak gezien als ondergrond. Een technische laag waarop gebouwd, gepland en ontworpen wordt. Maar wat gebeurt er als we de bodem niet benaderen als passieve basis, maar als een levend systeem waarmee mensen voortdurend in relatie staan? Volgens Laura begint het onderzoek bij een bredere constatering: mensen zijn in veel stedelijke contexten losgeraakt van hun natuurlijke omgeving. Bodemkennis wordt vaak technisch benaderd, via schema’s, metingen en categorieën. Die kennis is belangrijk, maar vertelt niet het hele verhaal.
Rooted in Soil kijkt daarom ook naar andere vormen van kennis. Kennis die ontstaat door te doen, te proberen, te observeren en telkens opnieuw te reageren op wat een plek vraagt. In voedseltuinen gebeurt dat dagelijks. Vrijwilligers, tuinders en betrokken bewoners werken niet alleen op de bodem, maar met de bodem. Catherine beschrijft het onderzoek als een verkenning van hoe de relatie tussen mensen en bodem vorm krijgt in voedseltuinen. Daarin draait het niet alleen om ecologie, maar ook om sociale verbinding, zorg, voedselproductie en toegang tot groene ruimte.
Juist in steden zijn plekken waar mensen direct met bodem in aanraking komen schaars. Voedseltuinen bieden die mogelijkheid wel. Ze zijn vaak laagdrempelig, collectief georganiseerd en verbonden met bredere stedelijke vraagstukken zoals biodiversiteit, voedselzekerheid, gezondheid en sociale veerkracht.
Wat is een sociale bodem?
Een belangrijk begrip in het onderzoek is de ‘sociale bodem’. Daarmee bedoelen de onderzoekers niet alleen dat mensen elkaar ontmoeten in een tuin. Het gaat om een bredere manier van kijken: de bodem wordt mede gevormd door menselijk handelen, en dat handelen wordt op zijn beurt beïnvloed door de bodem. Compost maken, water geven, onkruid verwijderen, planten kiezen, oogstplannen maken en vrijwilligers begeleiden zijn allemaal handelingen die invloed hebben op bodemvorming. Tegelijkertijd vraagt elke bodem iets anders terug. Een zandige bodem reageert anders dan een compacte kleibodem. Een plant die op de ene plek goed groeit, doet het ergens anders minder goed. Zo ontstaat een voortdurende dialoog tussen mensen, planten, bodem en plek.
Die gedachte komt ook terug in de ‘bodemkarakters’ die binnen het onderzoek zijn ontwikkeld. Dat zijn geen losse objecten, maar manieren om zichtbaar te maken welke elementen een rol spelen in de relatie tussen mens en bodem. Denk aan compost, water, planten, vrijwilligers, maar ook aan een kantine. Een kantine lijkt misschien geen bodemkarakter, maar kan mensen naar de tuin brengen. Doordat zij daar samenkomen, werken en zorgen, ontstaat ook zorg voor de bodem. Daarmee laat Rooted in Soil zien dat sociale en ecologische veerkracht niet los van elkaar staan. Mensen komen soms vooral voor het sociale aspect naar een tuin. Maar juist doordat ze daar samen iets doen, dragen ze bij aan het natuurlijke systeem.
“De bodem is afhankelijk van ons, en wij zijn afhankelijk van de bodem. Die wisselwerking staat centraal in dit onderzoek.”
Onderzoek met de handen in de aarde
De aanpak van Rooted in Soil combineert visuele etnografie en ruimtelijk ontwerp. Catherine brengt expertise in op het gebied van film, observatie en participatief onderzoek. Laura, Marie Benninghoven en Nafsika Efklidou werken vanuit ontwerp, tekenen, ordenen en ruimtelijk denken.
In de praktijk betekent dit dat het team niet alleen gesprekken voert of vanaf afstand observeert. Ze werken mee in de tuinen, filmen, tekenen, ordenen en leggen hun inzichten steeds opnieuw terug bij de mensen die daar werken. De bodemkarakters zijn bijvoorbeeld ontwikkeld op basis van gesprekken en veldwerk, en worden daarna opnieuw besproken met de betrokkenen in de tuinen. Dat maakt het onderzoek co-creatief. De tuinen zijn niet alleen onderzoeksobjecten, maar plekken waar kennis samen ontstaat. Het team beschrijft het proces als een voortdurende feedbackloop: observeren, meedoen, verbeelden, terugleggen, aanpassen en opnieuw kijken.
Voor Catherine is dat een essentieel onderdeel van visuele en participerende etnografie. Door zelf mee te werken, ontstaat een vorm van ervaringskennis die in een interview of beleidsdocument minder snel zichtbaar wordt. Aan de ontwerpkant wordt het werk gedragen door Laura Thomas, Marie Benninghoven en Nafsika Efklidou. Samen tekenen, ordenen en verbeelden zij de inzichten uit het veld, en onderzoeken zij hoe ontwerp kan helpen om de relaties tussen mensen en bodem zichtbaar te maken. Laura geeft aan dat deze combinatie van ontwerp en etnografisch werken ook haar manier van kijken als ontwerper heeft veranderd. Waar ontwerp vaak toewerkt naar één sterk concept, vraagt etnografisch werken juist om het steeds opnieuw bevragen van je eigen aannames.
De lokale bodem praat terug
Een van de belangrijkste inzichten uit de eerste fase is dat de lokale bodem ‘terugpraat’. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar de onderzoekers benadrukken dat beleid en ontwerp daar vaak nog onvoldoende rekening mee houden. In ruimtelijke planning wordt vaak gewerkt met algemene principes. Die kunnen waardevol zijn, maar ze krijgen pas betekenis wanneer ze in een specifieke bodem, op een specifieke plek, worden toegepast. In de onderzochte voedseltuinen werken mensen vaak vanuit vergelijkbare permacultuurprincipes, waarbij zorg voor het natuurlijke systeem en balans centraal staan.
Toch pakt die praktijk op elke plek anders uit. De ene bodem vraagt om andere planten, andere vormen van voeding of een ander ritme van werken dan de andere. Door trial and error leren tuinders wat een plek nodig heeft. Dat bottom-up perspectief is volgens Laura en Catherine waardevol voor ontwerpers, beleidsmakers en gemeenten. Het onderzoek pleit daarmee niet voor een simpel recept. Het laat juist zien dat ontwerpen met bodem vraagt om aandacht, tijd en responsiviteit. Niet alleen vooraf bepalen wat er moet gebeuren, maar blijven kijken wat de bodem doet nadat een ontwerpprincipe is toegepast.
Veerkracht is ook relationeel
Voor steden als Rotterdam zijn de praktische verbanden duidelijk. Meer open bodem kan bijdragen aan waterinfiltratie, biodiversiteit en verkoeling. Voedseltuinen kunnen daarnaast bijdragen aan stedelijke voedselproductie, toegang tot natuur en sociale verbinding.
Maar Rooted in Soil wil verder gaan dan de vraag wat bodem voor de stad kan oplossen. Laura en Catherine willen voorkomen dat bodem opnieuw alleen als instrument wordt gezien. De bodem is geen oplossing die we kunnen inzetten zonder zelf ook verantwoordelijkheid te nemen. Zorg voor de bodem en de zorg die de bodem teruggeeft, moeten in balans blijven. Daarin zit ook de link met veerkrachtige steden en delta’s. Veerkracht gaat niet alleen over technische maatregelen of ecologische processen. Het gaat ook over relaties: tussen mensen, tussen mensen en plekken, en tussen sociale en natuurlijke systemen.
In de tuinen wordt zichtbaar hoe die relaties kunnen werken. Mensen vinden er structuur, contact en betekenis. Sommige verhalen laten zien dat werken in de tuin mensen helpt om uit hun hoofd te komen en weer iets met hun handen te doen. Tegelijkertijd draagt hun aanwezigheid bij aan de zorg voor de bodem. Sociale voorwaarden maken ecologische zorg mogelijk, en andersom.
Samenwerking tussen RDi en LDE
De steun vanuit RDi en LDE maakte vooral ruimte vrij. Door de combinatie van financiering kon het team meerdere locaties onderzoeken en het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken benaderen. Daardoor ontstond een breder en evenwichtiger beeld. Ook inhoudelijk bracht de samenwerking meerstemmigheid. Binnen de ene context lag de nadruk sterker op de positie van de mensen in de tuin en de maatschappelijke betekenis van het werk. Binnen de andere context kwamen ecologie, creativiteit en verbeelding nadrukkelijker naar voren. Die verschillende invalshoeken passen bij een project dat juist probeert om bodem niet vanuit één discipline te begrijpen.
Daarmee sluit Rooted in Soil aan bij de missie van de Resilient Delta initiative, waarin sociale, ecologische en ruimtelijke vraagstukken samenkomen. Tegelijkertijd past het bij de focus van LDE Climate & Biodiversity op de relatie tussen klimaat, biodiversiteit en maatschappelijke verandering.
Een documentaire als onderdeel van het onderzoek
Naast het rapport werkt het team aan een documentaire. Die film is niet alleen bedoeld om onderzoeksresultaten toegankelijker te maken voor een breder publiek. De documentaire is ook onderdeel van het onderzoeksproces zelf. Beeld kan laten zien wat in een rapport moeilijker over te brengen is: de sfeer in een tuin, de zorg waarmee mensen samen een boom planten, de grapjes tussendoor, de manier waarop mensen bewegen, kijken en samenwerken. Ook het ontwerpproces komt in beeld, van het ontwikkelen van de bodemkarakters tot het tekenen, ordenen en terugleggen ervan bij de mensen in de tuinen.
De film kan daarnaast betekenis krijgen voor de tuinen zelf. Voor plekken die onder druk staan door stedelijke ontwikkeling kan de documentaire laten zien wat er verloren gaat wanneer een tuin verdwijnt. Niet alleen grond of groen, maar ook gemeenschap, kennis, zorg en een opgebouwde relatie met de bodem.
De vertoningen worden naar verwachting in het najaar georganiseerd. Daarmee krijgt Rooted in Soil een vervolg buiten de academische context, richting bewoners, tuinen, ontwerpers, beleidsmakers en andere betrokkenen.
Leren luisteren naar de bodem
Rooted in Soil laat zien dat bodem meer is dan een technische ondergrond. Bodem is levend, dynamisch en verweven met sociale praktijken. Wie werkt aan klimaatadaptatie, biodiversiteit of stedelijke ontwikkeling, kan daarom niet alleen over bodem spreken vanaf de tekentafel.
...de bodem is geen stille ondergrond. De bodem praat terug.
De kern van het onderzoek is niet dat de bodem onze problemen zal oplossen. Het is eerder een uitnodiging om onze relatie met de bodem opnieuw te begrijpen. Met aandacht voor lokale kennis, voor wat een plek teruggeeft, en voor de mensen die dagelijks leren door met hun handen in de aarde te werken. Want wie goed kijkt naar voedseltuinen, ziet dat veerkracht niet ontstaat uit één maatregel of één ontwerpprincipe. Het ontstaat in de wisselwerking tussen mensen, bodem, planten, water, zorg en tijd. Daar begint de les van Rooted in Soil: de bodem is geen stille ondergrond. De bodem praat terug.
Thomas, L., Benninghoven, M., Efklidou, N., & Vroon, C. (2026). Rooted in Soil: Onderzoeksrapport fase 1. Delft University of Technology, Faculteit Bouwkunde. Lees het rapport hier
Tekst: Gabrielle van der Winden