‘Samenwerking is nodig voor succesvol economisch beleid’

De diversiteit van Zuid-Holland is kracht en achilleshiel tegelijk, stelt Jean-Christophe Spapens van de Provincie Zuid-Holland. Investeringen slim verdelen vereist duurzame samenwerking tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen. En met de bewoners, stelt hoogleraar innovatiebeleid Sarah Giest. Door Margriet van der Zee

Wat zijn de uitdagingen voor bestuurders om de motor van de Zuid-Hollandse economie toekomstbestendig te krijgen? 

giestSarah Giest: ‘Als het gaat om de besturing van economische programma’s in de provincie zijn er veel verschillende initiatieven. Al die kleinere programma’s hebben hun eigen financiering of subsidiepotje. Tegelijkertijd heb je een overheid die in bestuurlijke silo’s werkt – gemeente-provincie-ministeries – die allerlei versnipperde programma’s hebben. Het ontbreekt aan échte connecties en samenwerkingen.’

Jean-Christophe Spapens: ‘Inderdaad. We zijn een grote provincie, dus op zich is het niet vreemd dat er veel programma’s en initiatieven zijn. Maar dat vraagt om goede verbindingen. Een programma dat werkt, is de Human Capital Agenda Zuid-Holland. Met deelakkoorden sluit dit goed aan op de sectorale en regionale praktijk en partijen waar de ‘energie’ voor actie zit. Tegelijk wordt gewerkt aan gezamenlijke knelpunten en kennis delen. De Human Capital Agenda is onderdeel van de Groeiagenda Zuid-Holland. Dat is een integrale investeringsstrategie gericht op economie, energie, woningbouw en human capital. Voor de transitie van de Zuid-Hollandse economie is een brede aanpak nodig, en inzet van tal van partijen. Je moet op zoek naar de rode draad om elkaar te versterken.’

  Zo krijg je meer kracht om vanuit onderop iets te doen’

Hoe kun je die rode draad vinden en volgen?

spaapensSpapens: ‘Je moet je realiseren dat bedrijven het leeuwendeel van de investeringen moeten doen. Bedrijven nemen 64 procent van de klimaatgerelateerde investeringen voor hun rekening. Van de gewenste 3 procent aan R&D-uitgaven moet het bedrijfsleven voor 2 procentpunt zorgen, 1 procentpunt komt vanuit overheid, onderwijs en kennisinstellingen. Dan heb je het over tientallen miljarden. De triple-helixsamenwerking, een samenwerking tussen de kennisinstellingen, het bedrijfsleven en de overheid, is dus niet nice to have maar need to have. Dat is de enige manier om te komen tot duurzame economische oplossingen, met een aanpak die de kracht van al die partijen benut.’

Giest: ‘Ik zou het nog breder willen trekken, naar een viervoudige helix, waarin ook civil society – de bewoners – een rol speelt. Ik zie hierin niet alleen een rol voor LDE als samenwerkingspartner, maar ook voor Living Labs, waarin iedereen samenwerkt aan oplossingen. Zo krijg je meer kracht om vanuit onderop iets te doen. Gebruik maken van de kennis van anderen via deep tech en start-ups. Samen optrekken en iets nieuws creëren. Bestuurlijk is het vaak ingewikkeld om structuren vanuit de overheid te veranderen, daarom is het goed die verbindingen te zoeken en samen kennis te bundelen.’ 

Zijn er interessante voorbeelden van integrale samenwerking?

Giest: ‘The Green Village van de TU Delft en Living Lab Scheveningen van de Gemeente Den Haag. Beide labs sluiten aan bij de Zuid-Hollandse noodzaak om tegelijk grote transities – energie, klimaatadaptatie, digitalisering – en een complexe legacy-economy van havenindustrie, toerisme en verouderde woningvoorraad aan te pakken. Ze koppelen overheid, kennis, bedrijfsleven én burgers in concrete test- en businessomgevingen en leveren voorbeelden van hoe ‘van onderop’ innovaties kunnen opschalen tot regionaal beleid en marktkansen.’

green village
In fieldlab The GreenVillage van de TUDelft worden nieuwetechnieken getest engevalideerd.

Spapens: ‘Bij die opschaling hebben we het Rijk wel hard nodig. Op verschillende onderwerpen zien we de gezamenlijke inzet van rijk en regio groeien. Denk daarbij aan de acht regiodeals in Zuid-Holland, waarmee we werken aan de brede welvaart in kwetsbare gebieden. Of het rijksregiebureau Maritieme sector waar we samenwerken aan maatregelen en koploperprojecten uit de gezamenlijke agenda. Maar ook de samenwerking die nu opbloeit rondom defensie. 

‘De diversiteit van Zuid-Holland is onze kracht en achilleshiel tegelijk. Als regionale partners werken we er hard aan om gezamenlijk op te trekken naar het Rijk. Vaak hebben we meerdere ministeries nodig voor de oplossingen. Daarom is het jammer dat Zuid-Holland geen breed integraal, overkoepelend nationaal programma kent waar alle departementen op inzetten. Ik kijk wel eens jaloers naar Groningen of Eindhoven waar dat wel het geval is. Op gezamenlijke thema’s zien we dat daar vanuit verschillende regio’s wordt samengewerkt. Dat zie ik ook bij Leiden-Delft-Erasmus: de universiteiten werken veel meer samen. Misschien kunnen wij daar iets van leren.’

Wat heb je op bestuurlijk niveau nodig om samen op te trekken?

Giest: ‘We hebben te maken met uitdagingen die misschien niet iedereen ziet, maar die wel belangrijk zijn om te noemen: zoals de woningmarkt, het onderwijssysteem en de scholen, het immigratiebeleid en, algemener, de kwaliteit van leven. Er is verder een mismatch tussen talent en arbeidsmarkt. Daar bedoel ik mee dat structuren ontbreken om talenten bijvoorbeeld via start-ups in de provincie te behouden. De overheid moet zich afvragen wat er nodig is om talent te behouden. Waar ga ik wonen? Kan ik wel een huis betalen? Waar gaat mijn kind naar school?

  Bij opschaling van die samenwerking hebben we het Rijk wel hard nodig’

‘Dit zijn fundamentele vragen die op het eerste oog niet met het bouwen aan de hightechsector te maken hebben, maar die wel belangrijk zijn om talent aan de regio te binden. Deze sociale uitdagingen zijn bepalend voor het succes van economisch beleid: als jonge talenten vertrekken, ondermijnt dat de innovatiekracht en investeringsbereidheid van bedrijven in Zuid-Holland.’

Wat zijn de valkuilen bij het bereiken van dit doel? 

Giest: ‘Korte- en langetermijnpolitiek. Korte-termijndoelen betekenen: er is nu geld nodig, je zet een programma op en gaat aan de slag. Maar er is juist behoefte aan een langetermijnplanning. Als die er niet is, krijg je meer concurrentie tussen steden en regio’s en is het ieder voor zich in plaats van samen. Onduidelijkheid vanuit het Rijk is funest. Voor hightech innovaties en investeringen is planzekerheid nodig, anders trekken bedrijven weg uit de provincie.’ 

  Als jonge talenten vertrekken door woningnood, ondermijnt dat de innovatiekracht van bedrijven’

Spapens: ‘Bij de Groeiagenda had iedereen bij de start zeker de langetermijnplanning voor ogen. Nu zie je hoe kwetsbaar dat is als bij het Rijk de aandacht verschuift naar de korte termijn. Door onzekerheid en knelpunten als stikstof en netcongestie worden investeringen uitgesteld, afgesteld of buiten Nederland gerealiseerd. Het ontbreekt ons dan aan instrumentarium om die zekerheid en continuïteit te bieden. Maar we moeten ook de hand in eigen boezem steken. Als we niet uitkijken, heeft straks iedere deelregio weer een eigen visie en strategie.’

Op zoek dus naar verbindende kracht. Wat wordt ons centrale thema?

Spapens: ‘De realisatie van een hightech economie die meer toegevoegde waarde levert en bijdraagt aan strategische autonomie. Het is misschien lastig een passend antwoord te geven hoe een toekomstbestendige economie eruitziet. Dat moeten we samen ontdekken. Zuid-Holland is sterk in bijna alle sleuteltechnologieën. We zetten nu samen in om te zorgen dat meer start-ups doorgroeien in scale-ups en daar weer meer ‘kampioenen’ uit voortkomen. Als je ergens kan werken aan een slimme inzet op kritieke grondstoffen, dan is het hier in Zuid-Holland. Die kracht is er, net als de kansen. De vraag is vooral hoe we die kansen benutten’

Hoe krijgt een centraal thema zoals hightech innovatie echt vorm?

Giest: ‘Een mix van zichtbaarheid, zekerheid en een doel waar iedereen aan kan meedoen en achter staat, is wat mij betreft een oplossing. Dat vraagt om een heldere langetermijnvisie vanuit de provincie, inclusief een investeringsagenda die hightech ontwikkeling koppelt aan maatschappelijke behoeften zoals betaalbare woningen en onderwijs.’ 

Spapens: ‘Daar ga ik in mee. De Groeiagenda Zuid-Holland biedt die focus op de lange termijn. De continue uitdaging is deze vast te houden en om te zetten in actie. Ik geloof niet in een big bang, maar denk wel dat we als provincie moeten laten zien wat we doen. Ik ben er trots op wat we met projecten wél bereikt hebben. Investering in de Oude Lijn bijvoorbeeld om alle kennisknooppunten met elkaar te verbinden. Maar ook recent, met onze inzet om de stikstofproblematiek aan te pakken: SANE. Dat lost niet alles op. Daar hebben we het Rijk hard bij nodig. Maar we zetten wel een eerste stap! Laten we ervoor waken dat het in onzekere tijden niet weer ieder voor zich wordt. We moeten er samen de schouders onder zetten.’ 

oude lijn
Overzichtskaart samenhangen raakvlakken Oude Lijn. Bron: mirtoverzicht.nl

Prof. Dr. Sarah Giest is hoogleraar beleid, innovatie en duurzaamheid bij het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Ze onderzoekt data gedreven werken bij de overheid, maar ook sociale duurzaamheid binnen buurten. 

Drs. Jean-Christophe Spapens is manager externe partnerschappen en financiering bij de Provincie Zuid-Holland. Rode draad in zijn portefeuille zijn Rijk-regiosamenwerkingen en financieringsvraagstukken. Hij leidt de Groeiagenda Zuid-Holland

white paper economie van Zuid-HollandDit artikel komt uit de Leiden-Delft-Erasmus white paper 'De Economie van Zuid-Holland: Verdienen - Verdelen - Veranderen'.