De ontwikkelingen op het gebied van AI, data en algoritmen gaan razendsnel. Wet- en regelgeving loopt eigenlijk altijd achter. Toch zijn die wetten en regels hard nodig, kijk maar naar de toeslagenaffaire. ‘Ga op een verantwoordelijke manier experimenteren om te reguleren.’
Dat bepleit prof.dr.ir. Anne Fleur van Veenstra in haar oratie op 20 maart. Van Veenstra is hoogleraar Governance van data en algoritmen voor stedelijk beleid, een leerstoel die is ingesteld door TNO in samenwerking met het Leiden-Delft-Erasmus Centre for BOLD Cities.
Van Veenstra is naast hoogleraar wetenschappelijk directeur van TNO Vector en doet al jaren onderzoek naar de maatschappelijke impact van digitalisering. ‘Tot de toeslagenaffaire werd mijn vakgebied als saai en abstract gezien. Nu snapt iedereen het belang, want de ontwikkelingen gaan heel snel. Om sturing te geven aan deze ontwikkeling, moeten we blijven experimenteren. Zelfs als je met de meest briljante mensen in een hokje gaat zitten om regels te maken, ben je al te laat en loop je achter de feiten aan.’
Behoefte aan helderheid over regels voor AI
Dat vindt ook de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) die er vorige week op aandrong dat het nieuwe kabinet haast moet maken met de uitvoering en regelgeving voor AI en het toezicht daarop. Volgens de toezichthouder hebben organisaties die AI willen inzetten dringend behoefte aan helderheid over de regels voor AI. De Autoriteit waarschuwt voor grote risico’s op onveilige en discriminerende algoritmes, waartegen nu niet handhavend kan worden opgetreden.
Voor Van Veenstra is het al jaren een fascinerend vakgebied: hoe beïnvloedt technologie de overheid. En of het nu gaat om de kansen te benutten of de risico’s door gebruik van AI te verkleinen: er is sturing nodig. Ze beschrijft in haar oratie drie perspectieven die deze besturing vormgeven: het innovatieperspectief, het waardenperspectief en het transitieperspectief.