'Veilig Europa vereist vergaande samenwerking'

Een veilig Europa vraagt om intensieve samenwerking tussen alle partijen, publiek en privaat: ‘Brussel’, nationale en lokale overheden, kennisinstellingen, bedrijven (groot en klein) en burgers. Die samenwerking kan ver gaan en sluit onorthodoxe partijen zoals ethische hackers of voormalige extremisten niet uit.

Tot die conclusie kwamen wetenschappers van de Leiden-Delft-Erasmus-universiteiten, Europarlementariërs, medewerkers van de Europese Commissie en diverse andere stakeholders zoals stedelijke beleidsmakers uit Den Haag, Rotterdam en het Belgische Molenbeek en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en adviesorganen als de Cyber Security Raad, toen ze 8 december in Brussel op de 7th Knowledge for Innovation Summit met elkaar spraken.

Een van de sessies bestond uit rondetafelgesprekken, die een aantal aanbevelingen aan de EU moesten opleveren. Het was de tweede keer dat de drie universiteiten op dit jaarlijkse evenement samen optraden als gastheer, discussiepartner en kennisleverancier. 

Drie universiteiten

De drie universiteiten hebben veel expertise in huis op het gebied van veiligheid. Een deel daarvan is gebundeld in het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Safety and Security, dat zich richt op complexe en vaak grensoverschrijdende veiligheidsvraagstukken, waarbij ‘Safety’ staat voor voorkomen en oplossen van onbedoelde rampen en ‘Security’ voor beveiliging tegen moedwillige aanvallen.

Maar ook andere gemeenschappelijke centres van de drie universiteiten, zoals ‘Metropolis and Mainport’ of ‘Economic and Financial Governance’, en niet te vergeten het Erasmus MC en het Leids Universitair Medisch Centrum, bestuderen vraagstukken van veiligheid: veilige havens en transport, veilige en betrouwbare financiële systemen en veilige ziekenhuizen, die resistente bacteriën en overgevlogen exotische infecties het hoofd kunnen bieden.

Horrorscenario's

De EU-landen behoren, ook na de aanslagen in Parijs, nog steeds tot de veiligste landen ter wereld. Dat heeft ook zijn keerzijde, want zijn we als burgers, bedrijven, kennisinstellingen en overheden dan wel goed voorbereid op zogenoemde horrorscenario’s: scenario’s met een geringe waarschijnlijkheid om werkelijkheid te worden, maar met een enorme maatschappelijke impact áls ze echt gebeuren? De aanslagen in Parijs, maar ook de ramp in Fukushima met potentieel een groot domino-effect, hebben ons geleerd dat het wel degelijk kan. 

Veerkrachtige bevolking

Andere vragen: wat heeft de economische crisis met veiligheid te maken? Hoe krijgen we voor elkaar dat gebruikers zich bewuster worden van de risico’s van het internet? En overkoepelend: hoe zorgen we met z’n allen voor een structureel en adequaat risicomanagement, dat zich niet alleen richt op het monitoren en voorkomen van incidenten maar ook op het effectief managen van de impact daarvan, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een veerkrachtige burgerbevolking?

Fundamentele vragen

Het zijn slechts enkele van de fundamentele vragen die werden opgeworpen. En hoe divers de onderwerpen ook waren – variërend van resistente bacteriën (ingeleid door prof. Margreet Vos van het Erasmus MC) tot radicaliserende jongeren (ingeleid door prof. Edwin Bakker van de Universiteit Leiden) – alle aanwezigen waren het erover eens dat steeds nauwere samenwerking tussen verschillende partijen de enige oplossing is om veiligheidsvraagstukken echt het hoofd te bieden. Veiligheidsvraagstukken zijn te complex geworden en hangen onderling te veel samen, om nog door één partij begrepen, laat staan opgelost te worden.

‘Dutch approach’

Op sommige terreinen, zoals dat van Cybersecurity, blijkt Nederland voorop te lopen als het om die samenwerking gaat. In Nederland zitten bedrijven – in de dagelijkse strijd om het bestaan felle concurrenten – overheden, inlichtingendiensten en onderzoekers, samen aan tafel zitten om cyberaanvallen te voorkomen. Die ‘Dutch Approach’ oogstte lof.  ‘Alle EU-landen zouden een Cyber Security Raad moeten hebben’.

Ook de manier waarop universiteiten met overheden en bedrijven samenwerken in een internationale executive master voor o.a. douaneprofessionals, met het oog op veilige havens en transport, werd tot voorbeeld gesteld: ‘Kan dat niet opgeschaald worden naar Europees niveau?’

Inhaalslag

Maar er zijn ook domeinen waar Nederland en heel Europa nog een flinke inhaalslag moeten maken ten opzichte van de VS. Dat geldt bijvoorbeeld voor de chemische industrie, waar ‘security’, dus de beveiliging tegen (terroristische) aanvallen, nog onvoldoende doordacht en ontwikkeld is, aldus prof. Genserik Reniers van de TU Delft, hoogleraar industriële veiligheid en wetenschappelijk directeur van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Safety and Security. Hier valt voor wetenschap en industrie nog een wereld te winnen.  

Veiligheid, privacy en transparantie

Natuurlijk kwamen ook de gemeenschappelijke dilemma’s en spanningsvelden boven water. Het spanningsveld tussen privacy en veiligheid bijvoorbeeld,  als het gaat om cybersecurity, of om het uitwisselen van patiëntinformatie tussen ziekenhuizen met het doel verspreiding van infectieziekten te voorkomen.

Anderzijds: er is een even groot spanningsveld tussen transparantie en veiligheid. De huidige Europese regelgeving voor gevaarlijke stoffen eist bijvoorbeeld van bedrijven volledige openheid van zaken over hun veiligheidsmaatregelen. Maar is dat nog wel verstandig?

En wat gaan we nou doen?

De opdracht van de maatschappelijke partners aan de wetenschap was duidelijk: zorg voor nieuwe kennis en doe dat vooral samen. Onderling en met publieke en private partijen. En daarbij hoort ook goed kennismanagement: vind niet het wiel opnieuw uit maar kijk wat er in aanpalende – of minder aanpalende – vakgebieden al bekend is en verbind ook de korte met de lange termijn. ‘Empower’ overheden en andere stakeholders met kennis, en geef hun daarmee de moed en bagage om waar nodig een contra-cyclisch beleid te voeren.

Dichtbij de burger

Overheden op hun beurt moeten innovatief durven zijn en problematiek op de juiste niveaus aan willen pakken. En dat niveau is niet per definitie supranationaal. Een cruciale taak is juist weggelegd voor lokale overheden want zij staan dicht bij de burger en kennen de lokale situatie. Daarmee spelen ze een onmisbare rol bij het ontwikkelen van kennis op microniveau. In het geval van geradicaliseerde jongeren is dat bijvoorbeeld het niveau van het gezin. Maar ook kunnen zij - veel beter dan nationale overheden - burgers helpen bij het ontwikkelen van bewustzijn, vertrouwen en veerkracht.

En dan Europa

Veiligheidsproblemen trekken zich weinig aan van grenzen dus oplossingen zijn vrijwel altijd deels supranationaal. Dat maakt de rol van ‘Europa’ cruciaal. Wat kan Europa zelf doen en hoe kan het de lidstaten helpen bij hun interne veiligheid? Harmonisatie van wetten werd dé cruciale randvoorwaarde genoemd voor effectieve governance op alle veiligheidsterreinen. 

In de terrorismebestrijding heeft Europa dit jaar belangrijke stappen gezet. In april nam de Europese Commissie de Europese Veiligheidsagenda voor 2015-2020 aan, gevolgd door een interne veiligheidsstrategie in juni. In december kwam een pakket nadere maatregelen om mobiliteit en wapenbezit van ‘foreign terrorist fighters’ tegen te gaan. 

Maar op andere terreinen zijn er nog helemaal geen Europese richtlijnen. Niet voor het ontwerp van veilige ziekenhuizen, en ook niet voor de bescherming van de chemische industrie tegen terroristische aanvallen. Hier ligt een taak voor Europa.

En dan is er natuurlijk ook altijd geld nodig voor onderzoek.

Meer informatie vindt u op:
7th European Innovation Summit: Events hosted by Leiden University, TU Delft an…